Fundamentisme

De antieke sceptici vonden dat we niets met zekerheid kunnen weten en dat we al onze oordelen moeten opschorten. De geliefkoosde strategie van filosofen om aan die universele scepsis te ontsnappen, is om te zoeken naar een of ander solide fundament voor onze kennis. Als die basis stevig is, kan je daarop verder bouwen. In de Angelsaksische literatuur staat die benadering bekend als “foundationalism”, in het Nederlands stel ik Filosofisch Fundamentisme voor (niet te verwarren met ‘fundamentalisme’, want doorgaans gaat het om vreedzame lieden).

Een Fundamentist vat menselijke kennis op als een soort omgekeerde piramide die steunt op enkele ultieme fundamenten, waarmee de hele constructie staat of valt. Daal naar beneden af en vind zo de ultieme grondslagen van onze kennis. Maar dat idee is even vruchteloos als achterhaald. Er bestaat geen onwankelbare sokkel waarop al onze kennis rust. Want waar staat die dan weer op? Of ze zweeft in het luchtledige, of ze steunt op een nog fundamenteler fundament. Dat lijkt op de oude Hindoe-kosmologie: onze aarde is plat en rust op de ruggen van vier enorme olifanten, die op hun beurt op een enorme schildpad staan. En waarop staat die schildpad dan? Op een nog grotere schildpad eronder natuurlijk. En zo gaat het voort, langs een toren van steeds grotere en sterkere schildpadden…

De drogreden van de Fundamentist is de gedachte dat, als je vertrekpunt niet volstrekt zeker is, de rest van de constructie in duigen valt. Alles of niets. Met mijn collega Michael Vlerick heb ik de filosoof en apologeet Alvin Plantinga betrapt op deze drogreden. Plantinga zoekt een volstrekt zekere basis voor de betrouwbaarheid van ons brein in de evolutietheorie. Uiteraard vindt hij die niet, waarna hij God inroept als kennisgarantie. Dat is natuurlijk een schijnoplossing, want hoe komt God aan die onfeilbare kennis? Krijgt hij die gratis en voor niets, krachtens de definities van theologen? 

Als er geen kennisfundamenten bestaat, hoe komen we dan iets te weten? Hebben de sceptici dan toch gelijk? Onze kennis is geen bouwwerk met fundamenten, maar een web waarvan de verschillende draden elkaar onderling versterken. De filosofe Susan Haack gebruikt het beeld van een kruiswoordraadsel. Hoe meer vakjes je invult, des te zekerder weet je dat je op de goede weg bent. Eerst in potlood, dan met inkt. Toch kan je geen enkel woord aanwijzen dat als ‘fundament’ dient van de puzzel, waarmee de hele puzzel staat of valt. Een kruiswoordpuzzel kan je in principe eender waar beginnen. Tenzij je een fundamentist bent natuurlijk.

(Column Filosofie Magazine - november 2015)

Comments

Popular posts from this blog

The Fallacy Fork: Why It’s Time to Get Rid of Fallacy Theory

We zijn veel te lief voor extreemlinks: Over het dempen van ideologische beerputten

The Relentless Retreat: God in the Age of Science.