Op zoek naar verloren smaken

 
In A la recherche du temps perdu van Marcel Proust doopt de verteller een madeleine in een kopje bloesemthee. De smaak en zachte textuur van het gebakje weekt iets los in zijn geheugen. Diezelfde lekkernij, zo herinnert hij zich plots, at hij op zondagochtend in de slaapkamer van zijn tante Léonie. Ook zij doopte het gebakje eerst in een kopje thee, voor ze het aan hem gaf. De loutere aanblik van de madeleines en de thee hadden niets bij hem losgemaakt. Pas toen de smaak zijn papillen binnendrong, werd de herinnering aan de zondagochtenden bij tante Léonie, tot dan toe onmerkbaar in zijn geheugen sluimerend, tot leven gewekt.

De roman van Proust bevat nog verschillende voorbeelden van dergelijke onwillekeurige herinneringen. Die kunnen we niet op bevel naar de oppervlakte roepen, zoals de meeste van onze herinneringen, maar komen buiten onze wil om tot leven. De herinneringen aan de zondagochtenden bij tante Léonie waren al die tijd aanwezig, verzonken in het brein van de verteller, maar zonder de prikkeling van zijn smaakzintuig kon hij ze niet opwekken.

Smaak en geur lenen zich in het bijzonder tot onwillekeurige herinneringen. Met bewuste gedachten kunnen we ze niet oproepen, omdat smaken zich moeilijk in woorden laten vatten, de gekunstelde beschrijvingen van sommeliers ten spijt (een ‘soepele’ maar ‘terughoudende’ wijn met een ‘levendige’ afdronk?). Enkel bij de juiste prikkeling van onze zintuigen komen ze tot leven. Maar is zo’n onwillekeurige herinnering betrouwbaar als ze je plots overvalt, na jaren in je geheugen te sluimeren?

Elke herinnering is een reconstructie, waarbij ons brein de gaten invult op basis van verwachtingen en giswerk. Sommige van die toevoegingen worden vervolgens mee opgeslagen met de oorspronkelijke herinnering, waardoor je op den duur de verschillende lagen niet meer van elkaar kan onderscheiden. Bij het spel chinees fluisteren zitten kinderen in een kring en fluisteren ze een verhaal in het oor van de persoon naast zich, die het op zijn beurt verder vertelt. Tegen de tijd dat het verhaal de cirkel heeft vervolmaakt, is het totaal onherkenbaar. Ons brein vertelt op soortgelijke wijze verhalen aan zichzelf. Het vult gaten, bouwt bruggetjes, voegt stukken toe.

Talloze psychologische experimenten wijzen uit dat het een koud kunstje is om valse herinneringen te creëren. In een mum van tijd kan je mensen bijvoorbeeld wijsmaken dat ze als kind Disneyland bezocht hebben, waarbij ze een levendige herinnering hebben van hoe ze een pluchen Bugs Bunny bij de draaimolen de hand schudden, en zelfs even zijn wortel vasthielden. Best mogelijk, zou je denken? Inderdaad bezochten massa’s kinderen Disneyland. Maar Bugs Bunny is een figuur van Looney Tunes. In Disneyland zou deze concurrent terstond het park uitgejaagd worden. (Zie het onderzoek van de psychologe Elizabeth Loftus).

Zelfs een herinnering als die van Proust kan een compleet verzinsel zijn. De kans bestaat dat ze werd bezoedeld door latere associaties en herinneringen. Een parfum kan je herinneren aan een oude geliefde, maar enkel als zij de enige was die het droeg. Als je dezelfde geur sindsdien nog vaak hebt geroken, vervaagt en vervormt je oorspronkelijke herinnering.
Mocht ik op een dag overvallen worden door een madeleine-moment, weet ik niet of ik mijn geheugen zou vertrouwen. Zelf heb ik verschillende levendige herinneringen aan mijn vroege jeugd waarvan ik vermoed dat ik ze gaandeweg geconfabuleerd heb, omdat ik ze zo vaak van familie en vrienden heb gehoord en zelf heb doorverteld. Misschien is er door al die nevelen nog een spoor van de authentieke belevenis te ontwaren, maar dat valt niet langer te achterhalen.

Hoe kunnen we die kans op vertekening minimaliseren? Door een verse herinnering op te wekken, onbezoedeld door latere bewerkingen. Ga terug naar het huis van je kindertijd, liefst na enkele decennia van afwezigheid. Loop door de gangen, snuister in de oude koffers, raak de oude boom in de tuin aan. De kans is groot dat onwillekeurige herinneringen je zullen overvallen. De geur van de eikenhouten trap, of de lavendelstruik in de tuin, kan een cascade van onwillekeurige associaties in gang zetten. Misschien herinner je je plots hoe je ooit van die eikenhouten trap buitelde, welke pyjama je toen aanhad, en welk knuffeldier je in de hand klemde. Nog steeds bestaat het gevaar dat je brein confabuleert. Maar als je je ouderlijke huis bezoekt na een lange afwezigheid, heb je volgens mij betrouwbaarder herinneringen dan wanneer je er al die tijd bleef wonen, en elke dag langs dezelfde eikenhouten trap loopt.  

De meeste smaken uit mijn kindertijd heb ik al talloze keren opnieuw geproefd. De herinnering eraan is overschreven, vervormd, bezoedeld door latere episodes. Een aantal smaken heb ik sindsdien bijna nooit meer geproefd: de Japanse smaakmaker gomasio, die mijn moeder op de spaghetti strooide in plaats van geraspte kaas; de gebakken pompoenen uit de oven; de zelfgemaakte rabarberconfituur. Ongetwijfeld zijn er nog meer, die ik zelf moeilijk kan opwekken, omdat ze uit de onnavolgbare artisanale keuken van mijn moeder komen. 

Ik herinner me één gerecht, dat ik toen overheerlijk vond, maar sindsdien nooit meer heb geproefd. Dat is het Tunesische Brik à l’oeuf, een tot driehoek gevouwen pannenkoek van filodeeg gevuld met ei, tonijn, kappertjes en peterselie. In Noord-Afrika is het een ramadan-lekkernij die bij zonsondergang wordt geserveerd als voorgerecht, en die naar ik aanneem veel van de urenlange ontbering goedmaakt. Ik at het enkele keren bij vrienden van mijn ouders die lang geleden in Tunesië woonden, maar sindsdien nooit meer, ondanks mijn smeekbedes. Het filodeeg was niet makkelijk verkrijgbaar: je moest ervoor naar de markt in Brussel bij de Tunesiër. (vergeef me als mijn brein hier confabuleert)

Ziehier mijn poging om een onwillekeurige herinnering terug op te wekken, het equivalent van de madeleine bij Proust, met dank aan de voortreffelijke kookkunsten van Valerie Granberg. De onbetrouwbaarheid van ons geheugen indachtig, was ik het aan mezelf verplicht om, zoals het een ongelovige Thomas betaamt, met een onderzoekende vinger door het deeg te priemen en me ervan te vergewissen dat we hier met een onvervalste en authentieke brik te maken hebben. (Inderdaad). Welke herinneringen komen tot leven?



Ik zag over de rand van het fornuis hoe de Brik, in frituurolie drijvend, met een lepel tegen de rand van de pan werd geprakt, om de krokante korst op te krullen. Door het keukenraam had ik uitzicht op een weide met zwarte schapen en een ezel, wiens naam me nu ontsnapt.
Op tafel stond ook een aarden kommetje met dadels, die ik toen om onbegrijpelijke en kinderachtige redenen niet lustte. Een filosofische vraag: als je je een smaak herinnert die je vroeger niet lustte, maar nu wel, herinner je je dan dezelfde smaak?

Ik herinner me ook dat er vers geplukte frambozen waren. Of in ieder geval: het was zomer en we plukten daar in de tuin regelmatig frambozen. Die frambozen moeten er dus geweest zijn. Nu ik eraan denk, zie ik ze voor me liggen, in een rieten mand op de bijzettafel, aanlokkelijk rijp en hapklaar. Ik voel de zaadjes tussen mijn tanden plakken. Of zou het?

(Essay voor de bundel Diner Pensant. Waar filosofen op kauwen van Valerie Granberg)

Comments

Popular posts from this blog

The Fallacy Fork: Why It’s Time to Get Rid of Fallacy Theory

We zijn veel te lief voor extreemlinks: Over het dempen van ideologische beerputten

Ook links zwijgt ex-moslims dood