Gevoelige snaren en onwelgevallige waarheden

Mensen sluiten hun ogen soms voor een bittere waarheid. Dat is niet verwonderlijk, want de wereld heeft soms onaangename verrassingen voor ons in petto. Wij nemen onze wensen voor werkelijkheid, maar de wereld laat zich niet vermurwen. De werkelijkheid, zo schreef de science fiction schrijver Philip K. Dick, is datgene wat weigert weg te gaan wanneer je ophoudt erin te geloven.

In mijn boek Illusies voor gevorderden poog ik aan te tonen dat waarheid altijd beter is, hoe pijnlijk of verontrustend ook. Marcel Proust was ervan overtuigd dat we allemaal enkele ‘kleine waanbeelden’ nodig hebben om ons leven leefbaar te houden, maar in mijn zoektocht naar zulke heilzame illusies kwam ik van een kale reis terug. Illusies hebben onverwachte neveneffecten en zijn zelden onschuldig. Beter dus om met de waarheid in het reine te blijven.

De filosoof Floris van den Berg noemde me onlangs een ‘waarheidsnudist’: iemand die te allen tijde de naakte waarheid verkiest. Die geuzennaam wil ik met trots dragen, maar toch moeten we opletten met zulke retoriek. De verleiding bestaat om je daarin te vergalopperen. Wie zichzelf als een heldhaftige waarheidsvorser voorstelt, die de waarheid onverschrokken in de ogen kijkt, loopt het risico om in de tegenpool van wensdenken te vervallen: de aanname dat we in de pijnlijkste van alle denkbare werelden leven.

Een grote denker die zich aan die denkfout bezondigde, was Sigmund Freud. Freud geloofde dat zijn psychoanalyse allerlei pijnlijke waarheden over de mens had onthuld. Hij noemde ze ‘krenkingen’ van ons narcisme, die op universele ‘weerstand’ botsten. In alles wat ons dierbaar is, ontwaarde Freud duistere driften, verdrongen perverse fantasieën, anale fixaties en dies meer. Zo overtuigd was hij van deze ‘pijnlijke waarheden’ dat hij zich nauwelijks de moeite getroostte om ze empirisch te onderbouwen. Dat zijn theorieën de goegemeente schokten, toonde volgens hem dat hij op het goede spoor zat. Wie ze niet aanvaardde, was gewoon niet mans genoeg.

De waarheid kan kwetsen, maar wat kwetst is niet noodzakelijk waar. Dat is de drogreden die schuilt in uitdrukkingen als ‘een gevoelige snaar raken’ of de ‘vinger op de zere plek’ leggen. Die worden door sommigen te pas en te onpas gebruikt wanneer de inhoudelijke argumenten zijn uitgeput. Iemand reageert verontwaardigd of geërgerd op je uitlatingen, waarop je opmerkt dat je kennelijk een ‘gevoelige snaar’ hebt geraakt, dat je een ‘ongemakkelijke waarheid’ hebt blootgelegd. Maar misschien heb je gewoon iets gezegd wat echt absurd of verfoeilijk is. De retoriek over ‘gevoelige snaren’ is zelf een ergerlijk denkfout. Misschien is dat wel de pijnlijke waarheid.

(Filosofie Magazine - Column)

Comments

Popular posts from this blog

The Fallacy Fork: Why It’s Time to Get Rid of Fallacy Theory

We zijn veel te lief voor extreemlinks: Over het dempen van ideologische beerputten

The Relentless Retreat: God in the Age of Science.