De weg naar de hemel ligt (soms) geplaveid met slechte bedoelingen

Toen ik nog in een katholiek knapenkoor zong, kweelden wij rond deze tijd van het jaar het Vlaamse kerstlied Door de liefde wilt ontwekken. Ik weet niet of dit prachtige lied bij jullie protestantse dwaallichten bekend is, maar het refrein gaat als volgt: „Vrede, vrede, vrede op aard aan alle mensen, die van goede wille zijn”. Wat precies voor mensen van slechte wil was weggelegd, bleef onduidelijk. Maar los daarvan, waren we allemaal maar van goede wil!

Nochtans kan je ook met veel goede wil domme dingen doen of zelfs kwaad bestendigen. De weg naar de hel, zo luidt de boutade, ligt geplaveid met goede bedoelingen. Eén van de meest verfrissende stromingen in de filosofie van de afgelopen jaren is het ‘effectief altruïsme’. Die beweging stelt dat je om de wereld te verbeteren niet enkel je hart moet volgen, maar vooral ook je hoofd moet gebruiken. Effectieve altruïsten kijken naar harde resultaten, zoals aangetoond door gecontroleerde wetenschappelijke studies, want goede bedoelingen alleen zijn niet genoeg. Niet elk goed doel is even effectief en de verschillen zijn enorm. Lastige vragen over de effectiviteit van goede doelen worden tot op vandaag onkies bevonden. Psychologisch onderzoek wijst uit dat mensen meer bewondering hebben voor iemand die gul is en grote offers maakt, dan voor iemand die echt goede dingen teweegbrengt.

Die medaille heeft ook een keerzijde: om de wereld te verbeteren zijn goede bedoelingen niet per se noodzakelijk. In zijn laatste stuk voor deze krant deed Bas Heijne schamper over mensen die, terwijl ze de wereld verbeteren, er ondertussen ook „zelf beter van worden”. De welzijnsprojecten van Heineken bijvoorbeeld zouden ondergeschikt zijn aan winstbejag. Of de programma’s van Heineken ook werken, komen we niet te weten. Enkel de vermeende motieven zijn van belang.

Heijne heeft het vooral niet begrepen op rijke weldoeners. De gedachte „dat je heel goed rijk kunt worden en tegelijk een weldoener voor de mensheid zijn”, doorprikt hij als een illusie. Dat is onzin. Mensen die hun neus ophalen voor het slijk der aarde, vanuit een misplaatst streven naar morele zuiverheid, bewijzen arme mensen daar heus geen dienst mee. Goedheid wordt niet ‘besmet’ door geld. De organisatie 80.000 Hours, die binnen het ‘effectief altruïsme’ ontstond, onderzoekt met welke carrière je het meeste goed kunt verrichten in de wereld. Eén van hun heerlijk contra-intuïtieve aanbevelingen: word bankier. De computerprogrammeur Jason Trigg verliet zijn carrière aan Massachusetts Institute of Technology (MIT) om voor een hedgefonds te werken. Zijn bedoeling? Zoveel mogelijk poen scheppen, om het vervolgens te schenken aan goede doelen met bewezen effectiviteit. Zoals The Washington Post over zijn carrièrewending kopte: ‘Join Wall Street. Save the world’.

Of neem Bill Gates, de oprichter van Microsoft. Die was ooit de rijkste man ter wereld, tot hij het grootste deel van zijn fortuin schonk aan liefdadigheid. Met zijn Gates Foundation heeft hij al ettelijke miljarden gepompt in vaccinatiecampagnes, armoedebestrijding en onderwijsprogramma’s over de hele wereld.

Laten we even uitgaan van de meest cynische veronderstelling: stiekem is Bill Gates vooral belust op persoonlijke faam, en stervende kinderen laten hem Siberisch koud. Dat lijkt me niet erg plausibel, maar zelfs als het klopt: wat dan nog? Ondertussen heeft Gates wel al tienduizenden kinderen gered.

Bovendien kan een doorgewinterde cynicus altijd wel een of ander zelfzuchtige motief ontwaren bij mensen die aan liefdadigheid doen. Misschien willen ze vooral pronken met hun goedertierenheid of zichzelf een warm gevoel geven of hun schuldgevoel afkopen? Tant pis. Soms ligt de weg naar de hemel geplaveid met slechte bedoelingen. Vrede op aarde aan alle mensen die goede effecten teweegbrengen!

(NRC, 29 december 2018)

Comments

Popular posts from this blog

Brief aan Anuna De Wever en Kyra Gantois

Als we het woord ‘hut’ afschaffen, waarom het daarbij laten?

The Fallacy Fork: Why It’s Time to Get Rid of Fallacy Theory